| ◄▬ | Inleiding | ▬► |
Deze inleiding geeft een toelichting op de hoofdstukken van dit webboek.
Dit is een boek in wording - het is nog niet af - in de vorm van een website, een 'webboek', dat gaat over gezondheids(on)recht, namelijk de problematiek van de Miragel plombe. Deze 'scleral buckle' werd aanvankelijk in 1985 als 'het nieuwste van het nieuwste' beschouwd maar bleek in 1992 op lange termijn (7 tot 11 jaar na toepassing) complicaties te kunnen veroorzaken door te gaan zwellen met mogelijk zeer ernstige gevolgen, waaronder een blind oog (wat mij dus is overkomen).
Daarover heb ik de (civielrechtelijke) Miragel procedure gevoerd, die is gestart medio 2009 en geëindigd medio 2023, uiteindelijk zonder resultaat, want mijn vordering tot schadevergoeding is afgewezen.
Bijzonder is dat deze procedure twee onderling tegenstrijdige arresten van de Hoge Raad heeft opgeleverd.
Geschilpunten in de procedure waren:
♦ het zelfbeschikkingsrecht van de patiënt, 'informed consent', om behoorlijk geïnformeerd te kunnen beslissen over de toepassing van medische behandelingen en ingrepen met medische hulpmiddelen;
♦ de zorgverlening: wat was de meest geschikte behandeling van een zwellende Miragel plombe, dadelijk opereren of afwachten?
♦ de schadeaansprakelijkheid van de medisch hulpverlener voor ongeschikt gebleken medische hulpmiddelen zoals implantaten (de Miragel plombe).
Het hoofdstuk 'Kort samengevat' geeft een overzicht van de Miragel problematiek, de procedure zelf en de diverse juridische kwesties waaraan de daarna volgende hoofdstukken zijn gewijd.
De Miragel plombe zelf komt aan de orde in de hoofdstukken ‘Miragel plombe’. ‘Miragel complicaties’, ‘Zwellende Miragel plombe’ en ‘Miragel artikelen’.
Hoe deze problematiek door de Nederlandse oogheelkunde met succes in de doofpot is gestopt, wordt beschreven in het hoofdstuk ‘Miragel doofpot’.
Het hoofdstuk ‘State of the art’ gaat over de door de Hoge Raad in het eerste Miragel arrest geïntroduceerde maatstaf, die in de juridische literatuur de nodige vragen opriep. Wat moest nu precies worden verstaan onder 'state of the art'? In het tweede Miragel arrest is antwoord uitgebleven. Het cassatieberoep werd verworpen met toepassing van art. 81 lid 1 RO (zie hierna).
In het hoofdstuk ‘Bewijsproblematiek’ wordt de Miragel procedure besproken aan de hand van de kern van het burgerlijk procesrecht: stelplicht, gemotiveerde tegenspraak en bewijslast(verdeling).
Ingevolge de algemene bewijsleer ('cursus Verkade') dient de eiser de feiten te stellen en te bewijzen die tot het door hem beoogd rechtgevolg leiden. Van een bevrijdend of 'ja, maar .. .'-verweer draagt de verweerder, met de stelplicht en bewijslast, het bewijsrisico.
Het is aan de patiënt om te stellen en te bewijzen dat de medische hulpzaak (de plombe) ongeschikt was toen deze werd toegepast. Vervolgens is het aan de arts/zorgverlener om als bevrijdend verweer te stellen en te bewijzen dat het de hulpzaak destijds 'state of the art' was, zodat er geen sprake is van een tekortkoming van de arts. Aldus het eerste Miragel arrest van 19 juni 2020.
Daarentegen is in het tweede Miragel arrest van 30 juni 2023 (een art. 81 lid 1 RO arrest) de conclusie van de Advocaat-generaal Wissink van 12 mei 2023 gevolgd: het is aan de patiënt om te stellen en te bewijzen - niet alleen dat het implantaat ongeschikt was maar ook - dat het implantaat niet 'state of the art' was, wil er sprake zijn van een tekortkoming van de arts/hulpverlener.
Wat geldt voor een medische (hulp)zaak (bijvoorbeeld een implantaat) geldt voor iedere medische behandeling!
Medisch handelen wordt kennelijk voorondersteld 'state of the art' te zijn en de patiënt dient dan maar het tegendeel te bewijzen, een negatief feit (!), zonder dat duidelijk is wat dat feit nu precies inhoudt.
Het tweede Miragel arrest leidt ook tot het absurde resultaat dat eenieder die (hulp)zaken levert als zijnde 'state of the art', het bewijsvoordeel heeft dat de afnemer moet stellen en bewijzen dat het geleverde niet 'state of the art' is, anders is er geen tekortkoming.
Verder gaat dit webboek over het 'afdoen op stelplicht': rechters die kraaienpoten strooien op en sinkholes aanleggen in de weg van de rechtzoekende naar de waarheid en het verlangde recht, dus in wezen rechterlijk vandalisme.
Ik ben in een dergelijk sinkhole gestrand: het verwijzingshof Den Bosch keerde de stelplicht en bewijslast om omdat iets niet was gesteld wat onmogelijk gesteld had kunnen worden, namelijk dat de Miragel plombe meer zwol dan ‘andere beschikbare hydrogel plombes’. Maar andere hydrogel plombes zijn nooit beschikbaar geweest, zoals herhaaldelijk gemotiveerd is gesteld. Bovendien negeerde het hof het vaststaand gegeven dat het grote verschil tussen een Miragel plombe en een siliconenplombe is de zwelling en de fragmentatie van
het Miragel materiaal.
Over het 'afdoen op stelplicht' gaat het hoofdstuk 'Afdoen op stelplicht' en de subhoofdstukken 'Hof Den Bosch 1' en 'Hof Den Bosch 2'. De paragrafen 'Hof Arnhem-Leeuwarden', 'Hof Den Bosch', 'Nieuwe grief' en 'Draaipoort zaak' laten varianten zien.
Het 'afdoen op stelplicht is al vele jaren bekritiseerd als weergegeven in de paragrafen '2006 Huydecoper', '2012 Asser', '2016 De Bock', '2018 Van der Kraats', '2021 De Haan', '2021 De Bock', echter zonder noemenswaardig effect.
Artikel 81 lid 1 RO (Wet op de Rechterlijke Organisatie)
Het hoofdstuk ‘Artikel 81 lid 1 RO’ laat zien hoe het ‘afdoen op stelplicht’ in de hand gewerkt wordt door dit artikel, dat de Hoge Raad de mogelijkheid biedt om cassatieberoepen zonder enige motivering te verwerpen.
Art. 81 lid 1 RO is ook al jarenlang aan kritiek onderhevig. Welke rechtzoekende zal het bevredigend vinden dat hij in het ongelijk wordt gesteld zonder dat hem duidelijk is waarom?
Misbruik van art. 81 RO heeft in de Miragel procedure geleid tot twee onderling tegenstrijdige arresten inzake de stelplicht en de bewijslast van de patiënt (zie hiervoor onder 'state of the art').
Mij is nimmer verteld dat in 1992 een Miragel plombe was toegepast met mogelijke lange termijn complicaties. Die toepassing was ook niet vermeld in mijn medisch dossier. Als ik in 2016 niet de naam van de fabrikant had gehoord en internet niet had bestaan, had ik van niets geweten! Er is dan ook geen informed consent geweest.
Volgens de Nederlandse rechtspraak zijn medisch inhoudelijke overwegingen bepalend voor de wijze waarop invulling moet worden gegeven aan de informatieplicht van de arts.
De jurisprudentie van het Europees Hof van de Rechten van de mens verschilt wezenlijk: het EHRM neemt onmiddellijk aansprakelijkheid aan indien sprake is van schadelijke gevolgen van een behandeling waarmee de betrokken patiënt niet heeft ingestemd.
Daarover gaat het hoofdstuk 'Zelfbeschikkingsrecht'.
De door de rechtbank benoemde deskundige rapporteerde dat er in 1992 geen enkel vermoeden bestond op de later bekende lange termijn complicaties van de Miragel plombe.
Het verwijzingshof Den Bosch overwoog dat "het artikel uit februari 1992 de eerste aanwijzing is dat de Miragelplombe inderdaad mogelijk op langere termijn complicaties zou kunnen veroorzaken door opzwelling van de plombe, maar niet meer dan dat".
"De eerste aanwijzing" sluit echter uit dat er toen in 1992 "geen enkel vermoeden" bestond.
Het hoofdstuk ‘Tegenstrijdigheden’ bespreekt dit opmerkelijk verschil en ook nog een andere tegenstrijdigheid, die is ontstaan doordat het verwijzingshof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd heeft.
Op 24 oktober 2023 is door mij een klacht ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) tegen de Staat der Nederlanden wegens schending van art. 8 van het Europees Verdrag van de rechten van de Mens (EVRM) omdat mijn recht op zelfbeschikking, namelijk het recht om behoorlijk en tijdig geïnformeerd te worden over de risico’s van de geneeskundige behandeling van de gebrekkig gebleken zwellende Miragelplombe, fundamenteel is geschonden.
Daarnaast zijn nog vier klachten ingediend wegens schending van art. 6 EVRM, het recht op een eerlijk proces:
♦ het hof Arnhem-Leeuwarden weigerde de partijdeskundigde van het Radboud nader mondeling te horen en ontdeed een alsnog schriftelijk aan de deskundige te stellen vraag van zijn essentie;
♦ van zijn essentie ontdeed het hof Den Bosch in verwijzing na cassatie ook de stelling dat de oorzaak van de lange termijn complicaties van de Miragel plombe was gelegen in het materiaalgebrek;
♦ het hof Den Bosch keerde stelplicht en bewijslast om omdat iets niet was gesteld wat onmogelijk gesteld had kunnen worden (zie hiervoor onder 'Afdoen op stelplicht');
♦de overweging van het hof Den Bosch "dat klager voor én na verwijzing onvoldoende (nieuwe) stellingen heeft ingenomen" heeft de memorie in verwijzing na cassatie annex bewijslevering in een sinkhole laten verdwijnen.
In het hoofdstuk 'EHRM' zijn de feiten en de klachten opgenomen.
De klacht is inmiddels door het EHRM in behandeling genomen.
Het hoofdstuk 'Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren' is nog in bewerking.
In het hoofdstuk 'Civiele procedure' zijn de procestukken opgenomen, die in pdf te raadplegen zijn.
Als rechtzoekende jarenlang geconfronteerd worden met kraaienpoten strooiende en sinkholes fabricerende rechters waardoor je uiteindelijk strandt op de weg naar de waarheid en het verlangde recht, is een werkelijk onthutsende ervaring. Rechters op wie je dacht te kunnen vertrouwen!
Het rechtsverkeer dient te worden geschoond van rechterlijk vandalisme, waartoe artikel 46ca Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren de mogelijkheid biedt.
De giftige cocktail van het afdoen op stelplicht en de toepassing van artikel 81 lid 1 RO, afgegoten met een 'niet onbegrijpelijk' sausje van een Advocaat-generaal, is dodelijk voor het vertrouwen in de rechtspraak.
Geen vertrouwen kan worden gesteld in rechters, die hun beslissingen niet motiveren. Artikel 81 lid 1 RO dient te worden afgeschaft.
Het is werkelijk van de zotte dat de patiënt zou moeten stellen en bewijzen het negatief feit dat een ongeschikt gebleken implantaat en/of medische behandeling niet 'state of the art', 'het nieuwste van het nieuwste' is/zijn.
Als het tweede Miragel arrest geen vergissing van de Hoge Raad is, dient de wetgever in te grijpen door de 'cursus Verkade' in meer expliciete wetgeving om te zetten dan nu het geval is in art. 150 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering.
Ik ben er niet in geslaagd om in dit webboek steeds in gepaste bewoordingen de afstandelijkheid te betrachten die normaliter in een juridisch boek of artikel zou behoren. Het zij mij vergeven, maar soms moeten de beestjes ook gewoon bij hun naam genoemd kunnen worden.
De Inhoudsopgave geeft een volledig overzicht van alle pagina's, subpagina's en paragrafen met hyperlinks, die naar de gewenste pagina doen gaan.
12-6-2024
| ◄▬ | Inleiding | ▬► |